Een kastje en een muur bij het station


Het onderwerp kwam hier al eerder aan de orde. De overvolle fietsenrekken bij het station zijn een ergernis voor veel fietsers. Waarom niet een kleine uitbreiding van de fietsenstalling, vroeg Fokke zich alweer een tijdje geleden af in een mooie blog van Tjitske Bronkhorst. Fokke was diep geraakt dat de gemeente Leeuwarden zijn fiets aanmerkte als ‘weesfiets’. Maar dankzij Tjitske weten we dat Fokkes geen weesfiets is, integendeel.

Een fiets met een kistje


Je ziet ze overal in de stad. Heb je ‘m nog niet, dan hoor je er eigenlijk niet echt meer bij. Je kunt ze kopen bij de supermarkt, elke doe-het-zelfzaak en natuurlijk ook bij de echte fietsenspecialist. Een transportfiets met een kistje voorop.

Ik heb het gevoel dat de trend alweer een paar jaar geleden ingezet werd met de oerdegelijke Zweedse Kronanfietsen. Ineens zag je ze overal, die felgekleurde fietsen, met een extra bagagedrager voorop. Vandaag de dag spot ik nog weinig Kronans, maar tegenwoordig lijkt iedereen een fiets te hebben met een kistje voorop.

Soorten en maten
Fietsen met een kistje zijn er in alle soorten en maten, voor elk wat wils. Moeders brengen hun kinderen naar school op een degelijke fiets, met het schooltasje voor in een stevige krat. Jonge, hippe studenten rijden nonchalant rond op een goedkoop model, met een met bloemen versierd kistje voorop. En mannen die graag jeugdig willen overkomen, onderscheiden zich met een kleurig fietsframe en een felgekleurde krat. Met een sportieve, lichte sportfiets val je compleet buiten de boot. Een stevig frame, een comfortabel zadel en een krat voorop, dat lijkt de norm.

Een muur van fietsen
Daar doe ik dus niet aan mee. Ik hoor er altijd graag bij, maar ik heb weinig behoefte mee te doen met de meute. Geef mij maar een simpele, stevige fiets. Liefst met terugtraprem, want de kabels van een handrem zijn zomaar stuk. Helemaal wanneer je op een zaterdag je fiets probeert kwijt te raken op de Nieuwstad. Zij aan zij vormen de fietsen daar een bijna niet door te komen muur aan de rand van de stoep. Ben je vroeg in de stad, dan kun je de fiets met een beetje geluk nog kwijt in een van de fietsensteunen. Maar zie de fiets daar een paar uur later nog maar eens ongeschonden uit te bevrijden.

Verliefd
Voor mij dus geen poespas, geen handrem, geen kistje, maar gewoon een degelijk exemplaar waar ik jaren op vooruit kan. Tot ik bij de fietsenspecialist oog in oog kwam te staan met de Cortina Transport, een stevige fiets met een matzwart frame. Ik viel direct voor dat robuuste, matzwarte frame. En ineens kon het me ineens niets meer schelen dat er een kistje op de fiets zat. Deze fiets moest ik hebben. Ik was verliefd.

De perfecte fiets

Mijn Cortina is volmaakt. Met zeven versnellingen én een terugtraprem. Ik geniet van elk moment dat ik erop fiets. Alleen het kistje zit me nog niet lekker. De fietsenmaker verkocht me er een duurzaam, blankhouten kistje bij. Dat ziet er mooi en verantwoord uit. Maar toch… daar moet nog iets mee. Want ik mag dan tegenwoordig meedoen met de meute, ik wil me toch graag nog een beetje onderscheiden. Dus heb ik mooie plannen gemaakt voor mijn blankhouten krat. En dan moet u binnenkort eens opletten op de Nieuwstad. Wellicht ziet u ‘m daar staan, mijn perfecte fiets, met voorop het mooiste kistje van Leeuwarden.

Fietsen was nog nooit zo leuk!


“Weet je wat jij zou moeten hebben? Een iPhonehouder op je fiets!” De collega keek mij vragend aan. Hij wist bijna zeker dat ie zou scoren met zijn voorstel. En inderdaad, ik was gelijk verkocht. Fietsen met je iPhone op het stuur, dat is pas een feest.

Verliefd
Vanaf het begin was ik verliefd op de iPhone. Wat een gemak en dan al die handige app’s: praktische toepassingen, applications, werkelijk voor van alles. Hoor je graag wat er gaande is in de wereld, dan zijn er talloze app’s je actueel op de hoogte houden van het laatste nieuws. Hou je van spelletjes, de keuze aan app’s is overweldigend. En natuurlijk zijn er ook voor fietsliefhebbers inmiddels allerlei app’s ontwikkeld.

Overvloed aan mogelijkheden
Ik kon dan ook bijna niet wachten tot er daadwerkelijk een iPhonehouder op mijn stuur pronkte. Ik zag tal van mogelijkheden. Ik had net de fietsknooppuntenapp aangeschaft. Met de telefoon in de houder op het stuur, zou ik moeiteloos van het ene naar het andere knooppunt fietsen. Bovendien zou ik steeds kunnen zien hoeveel caloriën ik al had weggefietst met een andere handige toepassing: Runkeeper. En met een klik op de knop zou ik met GPS MotionX niet alleen mijn gemiddelde snelheid kunnen aflezen, maar ook direct kunnen bekijken welke attracties er in de buurt zijn. Fietsen was nog nooit zo leuk!

Fietsen in Praag
Maar wie hoge verwachtingen heeft, valt vaak hard op zijn snufferd. Dat bleek al snel. De nieuwe houder werd ingewijd tijdens een fietsvakantie in Praag. Net uit de trein, klikte ik trots mijn telefoon op het stuur van mijn fiets en tikte de route naar ons hotel in. Wat handig, ik fietste weg met een triomfantelijke glimlach rond mijn mond. Maar die grijns verdween snel toen we over hobbelige keien fietsten en mijn telefoon onverwacht uit de houder wipte en akelig hard op straat viel.

Het euvel was overigens met twee haarelastiekjes zo opgelost. En weer reed ik trots rond met mijn smartphone op het stuur. Runkeeper klikte ik aan. Ik had een flinke route uitgestippeld en was benieuwd naar de resultaten van deze tocht. Maar helaas, het handige programmaatje vrat energie. Vlak voor het einde van de rit bleef het scherm van de telefoon ineens zwart. De batterij was leeg. Daar hebben ze nog niets op gevonden. Alhoewel, mijn collega wist er wel iets op. “Weet je wat jij nodig hebt? Zo’n handige fietstas met zonnecellen aan je stuur.”

Over moppers en oude dingen die voorbij gaan…


Ooit, toen ik heel lang geleden nog in Bussum woonde, bracht ik mijn fiets altijd naar dezelfde fietsenmaker. Een lange magere man, half brilletje op de neus en een blauwe stofjas tot op zijn knieën. Een prima fietsenmaker, maar vooral een oude mopperpot. Hij was niet onaardig, maar er was altijd wel iets waarover hij mopperde. Heerlijk, zo’n voorspelbare man.

Regeling
Die fietsenmaker vond ik een klein beetje terug, toen ik in 2002 naar Leeuwarden verhuisde. Ik kreeg een baan op de Groningerstraatweg en ontdekte al snel een goede fietsenmaker in de buurt van mijn werk. Regeling, zeer deskundig, maar bovenal een oude mopperpot. Hij had een broer kunnen zijn van mijn Bussumse held: lang en mager, bril op zijn neus en ook zo’n ouderwetse blauwe stofjas tot op de knieën.

Rammelbak
Vanaf het moment dat ik zijn werkplaats voor het eerst binnenliep, had ik een zwak voor deze mopperende man in zijn blauwe stofjas. Voor een kapotte fiets had hij altijd wel een gaatje vrij in zijn agenda. Lekke band? Je kon de fiets direct brengen, maar nooit zonder een paar moppers van zijn kant. “Je hebt ook wel een oude fiets zeg. Je kunt beter eens een nieuwe kopen.” Daar had Regeling overigens wel een punt. Mijn fiets kocht ik ooit, nog in guldens, in een kleine werkplaats aan een Amsterdamse gracht. Jarenlang fietsten we samen door Amsterdam, nooit werd de fiets gestolen. Ik koesterde deze oude rammelbak als een oude, vertrouwde vriend.

’n Springende gazelle
Die oude fietsen zijn niet kapot te krijgen. Op die manier verdien ik dus nooit iets”, mopperde Regeling, terwijl hij zich over mijn fiets boog. Hij boog zich nog wat verder naar voren en keek met interesse naar de kettingkast. “Dat is mooi, zie je dat, die springende gazelle in het tandwiel? Het is zeker al veertig jaar geleden dat ze bij Gazelle fietsen maakten met zulke tandwielen. Dit is echt een oud dingetje.”

En vanaf die dag had ik nog meer waardering voor die ouwe, mopperende Regeling en koesterde ik mijn fiets meer dan ooit tevoren. Maar zoals schrijver Louis Couperus begin vorige eeuw al schreef: van oude mensen, de dingen die voorbij gaan. Regeling heeft zijn zaak inmiddels gesloten. En mijn fiets? Die gaf het vlak voor 2011 definitief op. “Ik kan ‘m echt niet meer voor je repareren”, vertelde de jonge, frisgeschoren fietsenmaker mij opgewekt. Oh, wat verlangde ik op dat moment naar die oude moppermannen in hun blauwe stofjas.

Een juffrouw in de sloot



Wat mij betreft zijn er verschillende soorten fietsers. In de eerste plaats heb je de mensen die door weer en wind altijd en overal naar toe fietsen. De zogenoemde 'die hard' fietsers. Ooit was ik ervan overtuigd dat ik tot deze categorie behoorde, maar het begint zich steeds duidelijker af te tekenen dat ik tot een een andere categorie behoor: 'de mooi weer' fietsers. Het afgelopen weekend was dus aan mij besteed. Het zonnetje liet zich zien, het kwik steeg tot boven de vijftien graden en er was nauwelijks wind. Hoog tijd voor een fietstochtje rond Leeuwarden.

Rust buiten de stad
Als juffrouw uit de stad geniet ik enorm van de uitgestrekte weilanden, de stilte buiten. Ik vind het heerlijk de stad uit te fietsen, de rust tegemoet. En hoe rustig het ook is, onderweg beleef ik bijna altijd wel iets moois. Dit keer besloot ik een tochtje te maken richting Stiens en Ferwert. Ik was nog maar net voorbij Hallum, toen ik haar tegenkwam. Een koe tot haar buik in de sloot.

Ooit een koe in de sloot gezien? Ik had dat nog nooit eerder beleefd. Misschien vindt u dat moeilijk te geloven, helemaal wanneer ik u vertel dat ik de veertig al ruim gepasseerd ben. Maar ik heb een goed excuus. Ik groeide op in de Randstad, woonde jaren in Bussum en later in Amsterdam. Veel koeien kwam ik daar niet tegen. En tegenwoordig woon ik in het hartje van Leeuwarden, midden in het centrum. Ik ben dus wat ze wel noemen een echte ‘stadse’. Van het platteland heb ik niet veel kaas gegeten.

Heb ik iets van je aan?
De koe stak parmantig boven het groene kroos uit. Wat een grappig gezicht, ik viste direct mijn camera uit de tas. “Wat kijk jij nou”, leek de koe te zeggen, “heb ik soms iets van je aan?” Een paar vriendinnen stonden van een afstandje naar haar te kijken. “Zij spoort niet helemaal”, blikten de twee koeien naar mij. De rest van de kudde ging in de verte op een drafje richting de stal. Blijkbaar tijd om te melken.

Sappig koeienhapje

Ineens realiseerde ik me weer hoe weinig ik eigenlijk van het boerenleven weet. Want ik stond hier nu wel lachend met mijn camera, maar wie weet was deze eigenwijze tante wel in gevaar. “Ik sta hier lekker”, gaf ze mij te kennen, maar begreep ik haar wel goed? Gelukkig kwam de boer inmiddels door het land aanlopen. “Onze koeien zijn vandaag weer voor het eerst buiten. Ze zien dan heel weinig, zijn zo goed als blind”, leerde hij mij. Ik keek nog eens naar het groene kroos in de sloot. Het zag er uit als een sappig koeienhapje. Volgens mij zou een koe met goed zicht dat ook zo kunnen inschatten. “Ze komt er zelf wel uit hoor”, wist de boer, “de sloot is niet zo diep.”
Ik stapte met een gerust hart weer op mijn fiets. Zwaaide nog even naar de koe. “Dag juffrouw, nog een prettige middag verder.” Dit was nog eens een mooie belevenis voor een stadse op de fiets.

Sukkel

Denemarken fietsland? Men zegt het. Maar het is volslagen onzin. Wie ik ben om dat te beweren? Ik heb een broertje en zusje in Denemarken, spreek de taal, heb er een paar maanden gestudeerd en kom er al sinds mijn nulde. Met andere woorden: ik ben toch wel een beetje de Doctor Clavan van Denemarken.

James Bond-fiets

Soms breng ik mijn fiets in gevaar. Hij is me dierbaar, maar als het om levende wezens gaat, offer ik hem net zo makkelijk op. Jaren geleden heb ik er eens een druk kruispunt mee versperd. Een moedereend met vijf jongen maakte aanstalten precies daar de rondweg te gaan oversteken. Automobilisten met grote haast remmen eerder voor een vrouw met fiets dan voor een eendengezin, dus met de moed der wanhoop de boel stilgezet. Ik voelde me lichtelijk belachelijk, maar de familie eend heeft veilig de overkant bereikt.
Bij de actie van vandaag waren gelukkig minder toeschouwers. Een brede straat in Leeuwarden, die uitnodigt tot hard rijden. Een paar meter voor me een lapjespoes. Vier witte pootjes die vanuit de veilige voortuin de stoep over trippelen en aarzelend aan de oversteek beginnen. Achter me hoor ik in de verte snel een auto naderen. Sportuitlaat, stoere rijstijl. Hoort remmen voor een kat daar wel bij? Als het antwoord nee blijkt te zijn, is het voor poes waarschijnlijk te laat. Dus daar gaan we weer, fiets en ik. Haakse bocht naar links en de fiets dwars op de weg.
Stoere bink remt af. Hij denkt blijkbaar dat ik een kunstzinnige act opvoer of daar als alternatieve vluchtheuvel sta. Met imponerend motorgebrul maakt hij  duidelijk dat hij achter me langs wil. Poeslief, die al halverwege de oversteek is, schrikt van het lawaai. Ze rent terug en duikt in elkaar tegen de stoeprand. Ik trek de fiets naar achteren om haar te beschermen, waarop de automobilist met gierende banden voor me langs scheurt. Ik zie een glimp van een woedend gezicht en weg is hij. 
Poes is veilig. Tot het volgende oversteek-avontuur. En ik fiets verder, een beetje bibberig. Fantaserend over voertuigen uit James Bondfilms. Ik wil een fietsvariant daarvan. Een onschuldig ogende tweewieler, die met een druk op de knop verandert in een bepantserd monster waar je ook mee kunt schieten. Op auto's met onbeheerste bestuurders. Niet met scherp natuurlijk, maar met verfbommetjes. Knalgeel of oranje. Mooi contrasterend met de vrijwel altijd zwarte of donkerblauwe bolides.