Posts tonen met het label Lifestyle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lifestyle. Alle posts tonen

Fietsetiquette is niet tuttig, maar nuttig


Fietsen is heerlijk. Althans, dat vind ik. Ik heb geen auto, wil ook geen auto, want met de fiets kom je overal. Nu is de Fietsersbond - waarvan ik natuurlijk lid ben - al enige tijd bezig met het bevorderen van beleefdheid op de fiets, oftewel vriendelijk verkeer, zoals hij dat noemt. Mijn vak is ondermeer schrijven en vertellen over (het belang van) etiquette, en zo was het voor de Fietsersbond al gauw één plus één: wilde ik niet naar Sneek komen voor deze vriendelijk verkeer campagne  en daar iets zeggen over fietsen en etiquette? Jazeker, dat wilde ik graag, mede omdat ik heel vaak in Fryslân ben om rustig te werken (Starum). Maar helaas, ik kon niet op de afgesproken dag. Gelukkig kreeg ik deze week een herkansing: in Assen bij de opening van de Fietsvierdaagse.

Mij werd gevraagd in vier minuten uit te leggen waarom vriendelijk verkeer nodig is en hoe je dit bereikt. Het waarom is duidelijk. Vroeger was er maar één soort fietser, de keurige man/vrouw op een degelijk rijwiel zonder toeters en bellen, zeg maar "Piet Pelle op zijn Gazelle".

Landleven

Vroeger kon ik uren wegzwijmelen bij het boek ‘leven en liefde van het land'. Dat klinkt eng en dat was het ook wel een beetje. In het boek werd gedetailleerd uit de doeken gedaan hoe je met een boerderij en een lapje grond zelfvoorzienend kon zijn. Romantische plaatjes van moestuinen en kippen deden de rest. Dat wilde ik ook. Yvon Jaspers bestond nog niet, maar die boer zou ik op eigen kracht wel vinden (ik was een jaar of tien). Het is best weer goed gekomen met me, ik doe mijn boodschappen gewoon bij Albert Heijn.
 
Maar op de fiets komt toch af en toe de vreugde van het landleven in alle hevigheid opzetten. Neem vandaag.

De Cambuurfiets


Wanneer je een auto bezit die, laat ik zeggen, ‘al wat op jaren is’ , is het handig om een alternatief  achter de hand te hebben. Zo heb ik althans recent ervaren. Mijn Ford focus (‘Je blijft er in rijden’ luidde -naar nu blijkt- ooit de te optimistische reclameleus) liet het onaangekondigd afweten zodat ik met de kloten voor het blok stond. Een fiets-bevlogen collega had mij al eens op een alternatief gewezen dat hij zo’n beetje omschreef als het ei van Columbus. De OV-fiets. En ik moet zeggen, hij had gelijk.

Van 400 pk naar 0,4 pk


We kennen zo langzamerhand wel het verhaal van "altijd voor de wind" en "e-bikes zijn voor bejaarden". Ik wil graag in het kort vertellen wat mij is overkomen toen ik in aanraking kwam met de e-bike.

Subaru Impreza WRX 
Ik ben gek op snelle auto's die ook nog een beetje betaalbaar zijn voor een ambtenaar. Nog altijd kan ik de sociale druk voor een gezinsbak weerstaan en ben ik een trotse eigenaar van een Subaru Impreza WRX. Tot voor kort, pak weg juni 2011, was ik ook met geen stok uit m'n auto te krijgen. Ik griezelde bij het idee om met tegenwind, regen en een regenpak dat van binnen natter wordt dan van buiten, op de fiets de woon-werkafstand af te leggen. Maar toen ik eenmaal op een e-bike had gereden (m'n schoonvader had er 1 aangeschaft, even proberen…) begon het te jeuken. 

Fietsrok

Uiteindelijk is fietsen niet iets voor echte vrouwen. Voordat er een discussie ontstaat over wat een echte vrouw is: dan bedoel ik het type ‘hoge hakken, kokerrok’. Ooit geprobeerd? Ook bij windkracht 7 en regen?

De leasefiets: een treurig verhaal


Friesland Lease stapt in elektrische fiets. Mijn oog bleef direct hangen bij die kop op de economiepagina van de Leeuwarder Courant. Helaas gebeurde dat op een ongelegen moment. Terwijl mijn blik over de krant dwaalde, hoorde ik aan mijn rechteroor de stem van mijn moeder. Uitgebreid deed zij aan de telefoon verslag van de begrafenis van een goede vriendin. De vriendin was al aardig op leeftijd en het was een mooie begrafenis, maar toch... het bleef een treurige kwestie. Mijn moeder had dan ook mijn volledige aandacht, tot ik dus dat bericht zag.

Fietspomp

Ik heb vandaag een fietspomp gekocht. Het was een gelukkig moment. Fietspompen koop je niet iedere dag. Er was maar één model en dat was het model dat ik wilde. Iedereen weet hoe dat eruit ziet. “Is het een goeie?”, vroeg ik nog totaal overbodig. (Ik weet nooit zo goed wat voor houding ik moet aannemen in garages, fietsenwinkels en bouwmarkten en ga dan dit soort onbenulligheden uitkramen. Daar kom ik best ver mee trouwens.)

“De beste die er is.” Liefkozend aait de fietsenman het zwarte metaal. “Deze gaat toch zeker tien jaar mee.” Ik betaal de pomp met echt geld, bijna met guldens.

Blommenfytsen of fytsen mei blommen

Fan minsken op de fyts wurd ik bliid. Hartstikke bliid. Dêrom kom ik moarns tsjin achten bliid op it wurk oan nei 15 kilometer fytsen. En middeis kom ik wer bliid thús nei wer 15 deselde of oare kilometers.
Want ik haw romme kar om fan Wommels nei Snits op de fyts.

De fixie fictie in 058?

Sinds het stukje van testkees in de vvf over snelle stadsfietsen ben ik toch anders gaan denken over fietsen. Zijn we inderdaad niet doorgeslagen met onze huis- tuin- en keukenfietsen. Eerst maken we de fietsen zwaarder, want het frame mag niet breken en vervolgens compenseren we de extra energie die dat kost met  3,5, 7 of zelfs 15, 20 of  30 versnellingen. En dat in een land, waar we alleen voor een fietstunnel onder of -brug over een sloot wat hoogtemeters moeten verwerken. Daarnaast kwamen er hand- schijf en trommelremmen, naafdynamo's of nog ingewikkelder een E-bike. Zo heb ik voor zoon Jim destijds een tweedehands Batavus Snake aangeschaft. Een soort mtb, maar dan als stadsfiets. Dikke rupsbanden, 3 versnellingen, hand- en achteruittraprem en bovenal kolossaal zwaar. Waarom moet een jongen van 25 kg op een fiets van 15 kg rijden? Nou ben ik niet de lichtste en fiets aardig wat, maar er is bij mij nog nooit een frame gebroken. Ook niet van mijn racefiets of MTB.

Via de single speeds van testkees kom je al vrij snel terecht in de wereld van de fixies. De ultieme oerfiets. Geen versnellingen, geen spatborden, geen handremmen en zelfs geen achteruittraprem. Of wel, je kan immers zowel voor- als achteruitrijden. En zo kan je met enige techniek toch remmen. Hier omheen is inmiddels een enorme subcultuur ontstaan, die zijn oorspong heeft in de fietskoeriers van NY, LA en andere Amerikaanse steden. Een fiets zonder enige poespas, maar vlug als water, en niet kapot te krijgen (er zit immers niets op, wat stuk kan gaan).

Natuurlijk heeft ook in ons fietsland de fixie zijn intrede gedaan. Veel fietsfreaks hebben zich uitgeleefd in designfixies met smalle stuurtjes en kekke kleurtjes. Met name in Rotterdam en Amsterdam zagen de eerste fixiewieler- en -webwinkels het levenslicht. They come and go. Inmiddels is de fictie of alles wat daar iets van wegheeft mede stadsbeeldbepalend in onze grote steden.

Onvermijdelijk kreeg de wereld van de fixie ook mij te pakken. Eigenlijk wil ik ook op een fixie rijden. Nou hoef ik niet de eerste te zijn. Integendeel, liever niet. Dat is natuurlijk meer iets voor 20 of 30'ers. Hier wringt hem echter de schoen. Waar ik ook ga of sta in mijn hometown Leeuwarden. Ik zie ze niet. Natuurlijk lopen wij hier wel vaker wat achter, maar ik vrees dat de fixie rage volledig over Fryslân heen waait. Dat zou toch erg jammer zijn.

Even dacht ik dat het goed kwam. Ik sprak een nieuwe medewerker van het Rennershuis over de fixie. Zijn ogen begonnen te twinkelen, de woorden stroomden uit zijn mond. Wat bleek echter, hij was hier tijdelijk over uit Rotterdam.

Mijn vriendje Willem zijn habitat

Laatst was ik in het kader van de IFFA sinds heel lang op bezoek bij mijn oude vriendje Willem. Na een avondje eten en documentaires kijken, bleef ik bij hem overnachten. Ergens midden in Amsterdam bewoont hij een eerste etage die we via een vrij steile trap bereikten. In zijn ruime appartement viel mijn oog direct op een in het midden van de kamer opgestelde ogenschijnlijk spikslinternieuwe van Moof.